Waterleidingen, cv-leidingen, riolering, elektrische kabels en afsluiters moeten bereikbaar blijven. Isolatie kan de temperatuur rond leidingen veranderen. Ongeïsoleerde waterleidingen in een koudere kruipruimte kunnen bijvoorbeeld gevoeliger worden voor bevriezing.
Bij vloerverwarming beperkt vloerisolatie het warmteverlies naar beneden. De bestaande vloeropbouw, leidingafstand en gewenste aanvoertemperatuur bepalen hoeveel verbetering haalbaar is. Een lagere warmtevraag kan later bijdragen aan geschiktheid voor een warmtepomp, maar maakt de woning niet automatisch warmtepompklaar.
Na uitvoering worden ventilatieopeningen, leidingroutes en het kruipluik gecontroleerd. Een mooi afgewerkt isolatievlak is onvoldoende wanneer afsluiters onbereikbaar zijn of compartimenten niet meer worden geventileerd.